ECLI:NL:CRVB:2012:BW9120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering na medische beoordeling
Appellant, die sinds 15 mei 2006 arbeidsongeschikt was als vrachtwagenchauffeur, kreeg op 26 mei 2008 een weigering van de WIA-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor andere functies met minder dan 35% loonverlies. Na een nieuwe ziekmelding in 2009 weigerde het UWV per 15 maart 2010 de Ziektewetuitkering, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat het UWV terecht had onderzocht of appellant geschikt was voor eerder geduide functies en dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat eerst een nieuwe medische beoordeling en FML opgesteld hadden moeten worden.
De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid, met uitzondering dat bij langdurige arbeidsongeschiktheid de maatstaf wordt gevormd door de WIA-beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts had appellant onderzocht en concludeerde dat hij geschikt was voor de functies van wikkelaar en parkeercontroleur, waarbij zittend werk afgewisseld kan worden met staan en lopen. Appellant bracht geen nieuwe medische informatie aan die de zorgvuldigheid van het onderzoek of de conclusie in twijfel kon trekken.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Rottier en leden Van Dun en Van der Vos op 13 juni 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.