ECLI:NL:CRVB:2012:BW8666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.P.M. Zeijen
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onjuist woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB maar werd verdacht van het niet wonen op het opgegeven uitkeringsadres. Na een onderzoek met huisbezoek, buurtonderzoek en anonieme getuigenverklaringen concludeerde het college dat appellant niet op het uitkeringsadres verbleef en dat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden.
Het college trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de intrekking en terugvordering. Appellant stelde in hoger beroep dat het huisbezoek zonder redelijke grond was verricht en dat niet was voldaan aan de eis van informed consent.
De Raad oordeelde dat weliswaar niet aan informed consent was voldaan, maar dat het huisbezoek op redelijke gronden was gebaseerd en dat het gebruik van de bevindingen niet onaanvaardbaar was. De onderzoeksbevindingen boden voldoende grondslag voor het standpunt van het college. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.