ECLI:NL:CRVB:2012:BW8311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en woonadres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op dat hij woonde op een bepaald adres in Amsterdam. Het college stelde een onderzoek in, waarbij een huisbezoek plaatsvond op een ander adres dan opgegeven. Op grond van dit onderzoek wees het college de aanvraag af omdat appellant niet woonde op het opgegeven adres.
Na bezwaar verklaarde het college het eerdere besluit gedeeltelijk gegrond, kende bijstand toe met een toeslag van 10% voor een alleenstaande en verlaagde de bijstand met € 200 wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel op het opgegeven adres woonde en dat ten onrechte geen huisbezoek aan dat adres had plaatsgevonden. De Raad oordeelde echter dat er voldoende feitelijke grondslag was voor het standpunt van het college dat appellant op het andere adres woonde en dat het college terecht afzag van een huisbezoek op het opgegeven adres.
De Raad verwierp het verweer dat appellant geen gezamenlijke huishouding voerde met een medebewoner op het andere adres, omdat dit niet ten grondslag lag aan het besluit. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.