ECLI:NL:CRVB:2012:BW8019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging bijstandsnorm voor alleenstaande ouder versus gehuwden
Appellante en haar partner [K.] vroegen gezamenlijk om wijziging van de bijstandsnorm van gehuwden naar die voor een alleenstaande ouder. Het college wijzigde de bijstand met terugwerkende kracht per 1 januari 2009, maar handhaafde het standpunt dat [K.] geen recht had op bijstand vanwege zijn verblijfsstatus.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk omdat zij geen belang zou hebben bij inhoudelijke beoordeling, aangezien zij zelf om de wijziging had gevraagd. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat appellante wel degelijk een rechtens te respecteren belang heeft, mede omdat zij stelde dat [K.] rechtmatig verbleef.
De Raad oordeelt dat [K.] in de relevante periode niet rechtmatig in Nederland verbleef en daarmee geen rechthebbende was in de zin van artikel 11 van Pro de WWB. Het beroep van appellante op gelijkstelling met een Nederlander op grond van de Vreemdelingenwet 2000 faalt. De Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de wijziging van de bijstandsnorm wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.