ECLI:NL:CRVB:2012:BW7938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering studiefinanciering inclusief bonusinkomen 2006
Appellant ontving in 2006 studiefinanciering in de vorm van een nul-lening en een OV-studentenkaart. De Minister stelde een vordering vast wegens overschrijding van het maximale bijverdienbedrag, mede gebaseerd op een bonusuitkering die in 2006 werd betaald maar betrekking had op prestaties uit 2005.
De rechtbank oordeelde dat de bonusuitkering terecht bij het toetsingsinkomen werd betrokken en dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het ontbreken van deze informatie in het informatiemateriaal van de Minister. Ook de maand juli werd terecht in de vordering betrokken omdat appellant toen nog de OV-kaart bezat.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bonusuitkering niet tot het inkomen van 2006 mocht worden gerekend en dat het onredelijk was de maand juli mee te nemen. De Raad stelde vast dat het feitelijke betaalmoment in 2006 bepalend is en dat de informatie van de Minister niet uitsloot dat een bonus meetelde. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering van de Minister wordt bevestigd.