ECLI:NL:CRVB:2012:BW7783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen herziening WAO-uitkering opnieuw ongegrond verklaard
Appellant, een voormalig jongerenhulpverlener, ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering. In 2006 is zijn uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Nadat eerdere beslissingen op bezwaar waren vernietigd, verklaarde het UWV het bezwaar in 2010 opnieuw ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet opnieuw was gehoord en dat zijn psychische toestand op de datum van herziening ernstiger was dan aangenomen.
De Raad overweegt dat het UWV niet verplicht was appellant opnieuw te horen of te onderzoeken. De medische rapporten, waaronder die van de behandelend psychiater en de bezwaarverzekeringsarts, geven geen aanleiding om de beperkingen op 18 maart 2006 anders te beoordelen. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2012.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.