ECLI:NL:CRVB:2012:BW7763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig verstrekken financiële gegevens
Appellant ontving vanaf 2002 bijstand, die in oktober 2008 werd ingetrokken omdat hij geen gehoor gaf aan verzoeken om noodzakelijke inlichtingen te verstrekken. Op 7 januari 2009 vroeg appellant opnieuw bijstand aan. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet binnen de gestelde hersteltermijn van één week de gevraagde bankafschriften over de periode van januari 2008 tot en met januari 2009 aanleverde, noch om uitstel verzocht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb, omdat de gevraagde gegevens essentieel waren voor de beoordeling van het recht op bijstand en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij om medische redenen niet binnen de termijn kon voldoen.
Ook werd verworpen dat de na het primaire besluit alsnog ingediende bankafschriften betekenis konden hebben, conform vaste rechtspraak. De Raad wees het verzoek tot vergoeding van schade af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde financiële gegevens.