ECLI:NL:CRVB:2012:BW7516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ingangsdatum bijstand op 6 juli 2010 wegens ontbreken geldige melding op 8 maart 2010
Appellant heeft op 8 juli 2010 een aanvraag bijstand ingediend die aanvankelijk werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Het college heeft later het bezwaar gegrond verklaard en bijstand verleend vanaf 6 juli 2010. De rechtbank oordeelde dat appellant zich op 8 maart 2010 niet rechtsgeldig had gemeld volgens artikel 44, tweede lid, WWB, omdat hij geen geldig legitimatiebewijs had en de melding niet door het UWV was geregistreerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn bezoek aan de Dienst Werk en Inkomen (DWI) op 8 maart 2010 wel degelijk een geldige melding betrof, ondanks het ontbreken van een legitimatiebewijs. De Raad concludeerde echter dat de wettelijke voorwaarden voor een melding niet waren vervuld, omdat de persoonsgegevens niet waren geregistreerd en appellant niet in staat was gesteld een aanvraag in te dienen bij het UWV.
De Raad benadrukte dat appellant zich na de mededeling van de DWI alsnog had moeten melden met een legitimatiebewijs, wat pas vier maanden later gebeurde. Dit kwam voor zijn eigen rekening en risico, waardoor geen grond bestond om een eerdere ingangsdatum dan 6 juli 2010 te hanteren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand wordt bevestigd op 6 juli 2010, omdat op 8 maart 2010 geen geldige melding is gedaan.