ECLI:NL:CRVB:2012:BW6786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand en stonden sinds 1992 ingeschreven op hetzelfde adres, waarbij de gemeente vermoedde dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Na onderzoek door de sociale recherche besloot het college de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en het teveel ontvangen bedrag terug te vorderen.
Appellanten voerden aan dat zij geen gezamenlijke huishouding voerden, dat de verklaringen onbetrouwbaar waren en dat de vordering was verjaard. Ook stelden zij dat de terugvordering tot onaanvaardbare financiële gevolgen leidde, waarop het college had moeten afzien van terugvordering.
De Raad oordeelde dat appellanten wel degelijk een gezamenlijke huishouding voerden, gebaseerd op hun eigen verklaringen aan de sociale recherche. De processen-verbaal mochten als bewijs dienen ondanks het ontbreken van handtekeningen. De verjaringstermijn ging pas in na afronding van het onderzoek, waardoor verjaring niet van toepassing was.
De Raad vond geen dringende reden om af te zien van terugvordering en wees op de bescherming van de beslagvrije voet. De aangevallen uitspraken werden bevestigd, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.