ECLI:NL:CRVB:2012:BW6785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-heroveren kortdurende WWB-maatregelen
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het niet heroverwegen van door het college opgelegde maatregelen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Deze maatregelen betroffen een periode korter dan drie maanden. Het college had het bezwaar ongegrond verklaard, en de rechtbank had het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat ook kortdurende maatregelen ambtshalve heroverwogen moeten worden op grond van artikel 18, derde lid, WWB. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie volgt dat het college slechts verplicht is maatregelen van langer dan drie maanden ambtshalve te heroverwegen. Omdat appellant het college niet zelf om heroverweging had verzocht, was het bezwaar niet gericht tegen een besluit of een met een besluit gelijk te stellen weigering tot tijdige besluitvorming.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens wees de Raad de vordering tot schadevergoeding af en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet heroverwegen van kortdurende WWB-maatregelen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.