ECLI:NL:CRVB:2012:BW6517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een signaal over een vermogen op zijn bankrekening stelde het college een onderzoek in en verzocht appellant inzage te geven in zijn bankgegevens via internetbankieren op een gemeentelijke computer. Appellant weigerde dit vanwege privacy- en veiligheidsredenen.
Het college trok de bijstand per 27 maart 2009 in wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht, gebaseerd op artikel 54 WWB Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het inloggen op een gemeentelijke computer onveilig was en dat inzage via online bankgegevens een onrechtmatige privacy-inbreuk vormde.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende onderbouwde waarom de gevraagde wijze van inzage onveilig zou zijn en dat het college het recht had inzage te verlangen in bankafschriften indien dat noodzakelijk was voor de beoordeling van het recht op bijstand. Het beleid van het college was redelijk en niet in strijd met algemeen verbindende voorschriften. Appellant schond daardoor zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht wordt bevestigd.