ECLI:NL:CRVB:2012:BW6285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Toekenning WW-uitkering op basis van dagloon met toepassing van garantieregeling bij voortzetting dienstverband
Appellant werkte tot 1 maart 2009 als bedrijfsleider bij een B.V. en ging daarna werken als verkoopmedewerker bij een boekhandel. Zijn dienstverband bij de boekhandel eindigde op 1 maart 2010. Het UWV kende hem een WW-uitkering toe op basis van het loon tijdens het refertejaar, zonder toepassing van de dagloongarantie uit artikel 17 lid 1 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. De rechtbank onderschreef dit standpunt en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet werkloos was geworden in de zin van de WW omdat hij direct een nieuwe baan had aanvaard, mede vanwege de ernstige ziekte van zijn echtgenote. Hij vorderde dat het dagloon zou worden vastgesteld op het hogere loon van zijn eerdere dienstverband.
De Raad oordeelde dat artikel 17 lid 5 van Pro het Besluit uitsluitend ziet op situaties waarin sprake is van werkloosheid in de zin van artikel 16 WW Pro. De uitleg van het UWV dat dit ook zou gelden voor situaties zoals die van appellant, werd verworpen. De garantieregeling van artikel 17 lid 1 is Pro daarom van toepassing, waardoor het dagloon van appellant hoger moet worden vastgesteld.
De Raad stelde het dagloon vast op €164,23 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door appellant gemaakte kosten in bezwaar en hoger beroep. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het dagloon van appellant wordt vastgesteld op €164,23 en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.