ECLI:NL:CRVB:2012:BW5306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht directeur-grootaandeelhouder bij aandelenbezit met bloed- of aanverwanten
De zaak betreft de weigering van een WW-uitkering aan betrokkene, omdat hij als directeur-grootaandeelhouder niet verzekerd zou zijn volgens artikel 6, lid 1, onder d, van de WW en artikel 2, lid 1, onder d, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. Betrokkene hield samen met zijn dochter meer dan tweederde van de aandelen in de BV, maar de dochter alleen hield geen tweederde deel.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat zij oordeelde dat de Regeling niet toestaat aandelenbezit van de bestuurder en bloed- of aanverwanten samen te tellen. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de Regeling mede moet worden uitgelegd aan de hand van richtlijnen van de Federatie van Bedrijfsverenigingen (FBV), waarin wel sprake is van gezamenlijk aandelenbezit.
De Centrale Raad oordeelt dat de bewoordingen van artikel 2, lid 1, onder d, van de Regeling duidelijk zijn en uitsluitend zien op situaties waarin ten minste tweederde van de aandelen door bloed- of aanverwanten wordt gehouden. Het gezamenlijk bezit met de bestuurder wordt niet als directeur-grootaandeelhouder aangemerkt. De toelichting bij de Regeling kan daaraan geen andere betekenis geven. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het besluit van het UWV vernietigd. Tevens wordt het beroep in cassatie opengesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat de Regeling niet ziet op gezamenlijk aandelenbezit van bestuurder en bloed- of aanverwanten en vernietigt het besluit van het UWV.