ECLI:NL:CRVB:2012:BW4703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit over recht op ziekengeld na onjuiste maatstaf arbeid
Appellant ontving sinds 7 december 2000 een WAO-uitkering, die in 2007 ongewijzigd werd gehandhaafd. Na het sluiten van een arbeidsovereenkomst in november 2007 en ziekmelding in augustus 2008, kende het UWV appellant vanaf december 2008 een ziekengelduitkering toe. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV dat appellant per 24 januari 2009 geen recht meer op ziekengeld zou hebben, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In een tussenuitspraak stelde de Raad vast dat het werk van appellant als algemeen medewerker moet worden beschouwd als arbeid in de zin van artikel 19 Ziektewet Pro. Uit medische en arbeidskundige rapporten bleek dat appellant lichte werkzaamheden verrichtte die niet de belastbaarheid overschreden. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde deze bevindingen.
Hoewel het UWV een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling, vernietigde de rechtbank het besluit terecht op andere gronden. De Raad bevestigt de vernietiging en behoudt de rechtsgevolgen van het besluit. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.