ECLI:NL:CRVB:2012:BW4636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand en afwijzing bijstand minderjarige kinderen
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Het college verlaagde hun bijstand met 100% voor november en december 2009 vanwege onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling en voorzieningen. Na bezwaar werd de verlaging aangepast naar 50% voor vier maanden.
Appellanten voerden aan dat onvoldoende rekening was gehouden met hun privé- en gezinsleven, zoals beschermd door het EVRM en het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK). Ook stelden zij dat de heroverweging van de maatregel rekening had moeten houden met een dienstverband vanaf januari 2010.
De Raad oordeelde dat de verlaging proportioneel was en een fair balance vormde tussen publieke en particuliere belangen. De heroverweging kon geen rekening houden met omstandigheden na de maatregel. De aanvraag van bijstand voor minderjarige kinderen werd afgewezen omdat geen zeer dringende redenen waren aangetoond.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en het hoger beroep werd afgewezen. De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt bevestigd en de aanvraag van bijstand voor minderjarige kinderen wordt afgewezen.