ECLI:NL:CRVB:2012:BW4457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding na geboorte kind
Appellant voerde hoger beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk, waarin bijstand werd teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [J.]. Het college had vastgesteld dat appellant en [J.] hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg voor elkaar droegen, mede vanwege de geboorte van hun dochter op 17 april 2008.
De Raad beoordeelde de periode van 1 juni 2006 tot 31 mei 2008, waarbij voor de periode na de geboorte van het kind voldoende was dat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. Uit verklaringen van partijen, observaties, huisbezoek en waterverbruikgegevens bleek dat appellant en [J.] hun hoofdverblijf in de woning van [J.] hadden.
Appellants argumenten over het lage waterverbruik in zijn woning en de onbetrouwbaarheid van buurtbewonersverklaringen werden verworpen. Ook was er sprake van wederzijdse zorg, zoals het doen van de was en boodschappen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.