ECLI:NL:CRVB:2012:BW2233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een besluit van het UWV waarin het tijdvak van loondoorbetaling tijdens ziekte met 52 weken werd verlengd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De werkneemster was uitgevallen vanwege rug- en nekklachten en werkte als fulltime schoonmaakster.
Uit de eerstejaarsevaluatie en eindevaluatie van het plan van aanpak bleek dat de werkneemster niet werkte, maar wel benutbare mogelijkheden had. Er was echter onvoldoende gezocht naar passend werk bij de eigen of een andere werkgever. De bedrijfsarts had een blokkerend advies gegeven, waardoor re-integratie-inspanningen nagenoeg ontbraken.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de loonsanctie oplegde, omdat de werkgever onvoldoende had gedaan om re-integratie te bevorderen, ondanks het ontbreken van een deugdelijke grond. Het standpunt van de werkgever dat zij de adviezen van de bedrijfsarts had gevolgd en niet aansprakelijk was voor diens tekortkomingen, werd verworpen.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Middelburg. De verantwoordelijkheid voor re-integratie ligt bij de werkgever, die in dit geval onvoldoende heeft gehandeld om passende arbeid te vinden voor de werkneemster.
Uitkomst: De loonsanctie van 52 weken verlenging van loondoorbetaling tijdens ziekte wordt bevestigd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever.