ECLI:NL:CRVB:2012:BW0308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens inkomsten boven norm
Appellante ontving sinds 1 februari 2002 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Huizen heeft de betaling van de bijstand opgeschort en later ingetrokken met ingang van 1 februari 2008, omdat appellante vanaf die datum inkomsten uit arbeid genoot die hoger waren dan de voor haar geldende bijstandsnorm.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij pas vanaf 19 februari 2008 is gaan werken en dat haar salaris lager zou moeten zijn dan door de werkgever opgegeven. Tevens voelde zij zich onterecht beschuldigd van samenloop van loon en uitkering en was zij het niet eens met een opgelegde boete.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot blokkering en intrekking van de bijstand, omdat het college op goede gronden mocht vermoeden dat appellante geen recht meer had op bijstand vanaf 1 februari 2008. De Raad stelde dat er geen sprake was van een beschuldiging jegens appellante, aangezien de intrekking niet was gebaseerd op schending van de inlichtingenverplichting.
Verder merkte de Raad op dat het terugvorderingsbesluit over de periode juli 2007 tot en met januari 2008 niet ter beoordeling lag in deze procedure. Het college toonde zich bereid het terugvorderingsbesluit te heroverwegen indien appellante alsnog de gevraagde gegevens verstrekt.
Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 1 februari 2008 wordt bevestigd wegens inkomsten boven de bijstandsnorm.