ECLI:NL:CRVB:2012:BV9574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.N.A. Bootsma
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds 1998 en stond ingeschreven op een adres te Lelystad. Na een onderzoek van de sociale recherche wegens vermoedens van verborgen inkomsten en gezamenlijke huishouding met een partner, werd de bijstand vanaf 2006 ingetrokken en teruggevorderd. Het college stelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de aankoop van een huis en het niet melden van twee bankrekeningen, evenals het verstrekken van onjuiste informatie over zijn hoofdverblijf.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen intentie had om informatie achter te houden en dat hij geen hoger inkomen had dan de bijstand. De Raad oordeelde dat het niet melden van het huis en de bankrekeningen een schending van de wettelijke inlichtingenplicht is, ongeacht opzet. Ook het onjuist opgeven van het woonadres werd bevestigd, mede omdat appellant zelf verklaarde geen vast adres te hebben en slechts sporadisch op het opgegeven adres verbleef.
Verder kon appellant niet aantonen dat hij recht had op bijstand indien hij wel aan zijn inlichtingenplicht had voldaan. Onduidelijkheden over zijn verblijfplaats en financiële situatie maakten het onmogelijk vast te stellen of hij bijstandsbehoevend was. De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.