ECLI:NL:CRVB:2012:BV9543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellant, werkzaam als interim-manager, meldde zich in 2004 ziek met psychische klachten en fysieke klachten zoals hoge bloeddruk en spierpijn. Het UWV kende aanvankelijk een WGA-uitkering toe, die later werd herzien en uiteindelijk in 2008 werd ingetrokken omdat appellant volgens het UWV weer geschikt was voor zijn maatgevende arbeid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkt was dan het UWV aannam, mede door statine-intolerantie gerelateerd aan medicijngebruik. Hij verzocht om een medisch deskundigenonderzoek. De Raad beoordeelde de medische rapporten, waaronder die van verzekeringsarts, psychiater en psycholoog, en concludeerde dat er geen voldoende aanwijzingen waren voor beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren die een urenbeperking rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat de fysieke beperkingen, zoals spierpijn door statine-intolerantie, niet zodanig waren dat ze het verrichten van de maatgevende arbeid belemmerden, vooral omdat deze arbeid zittend is met eigen regelmogelijkheden. Rapporten van andere medisch specialisten betroffen niet de datum in geding en konden daarom niet worden meegewogen. De Raad zag geen reden voor benoeming van een deskundige en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor zijn maatgevende arbeid.