ECLI:NL:CRVB:2012:BV9443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellante ontving aanvankelijk een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Deze uitkering werd per 8 januari 2006 ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Vervolgens kreeg zij een Werkloosheidswet-uitkering en meldde zich op 26 juni 2008 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten, waarna een Ziektewet-uitkering werd toegekend.
Het UWV beëindigde de Ziektewet-uitkering per 17 december 2008 op grond van een onderzoek door een verzekeringsarts, die oordeelde dat appellante weer geschikt was om haar werk te doen. Tevens stelde het UWV vast dat geen verkorte wachttijd van vier weken voor een WAO-uitkering van toepassing was. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geschikt was voor de eerder geduide functies.
In hoger beroep stelde appellante dat haar gezondheidstoestand in 2008 verslechterd was en dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was. De Raad oordeelde dat het beroep zich uitsluitend richtte op het ZW-besluit en dat het UWV de gezondheidssituatie juist had gewaardeerd. Appellante werd geacht geschikt te zijn voor ten minste één van de functies die eerder waren vastgesteld. De ziekmelding van 26 juni 2008 werd niet als een beroep beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.