ECLI:NL:CRVB:2012:BV9433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing taxivergoeding wegens voorliggende voorziening WIA-vergoeding leefvervoer
Appellante heeft op 30 november 2007 een aanvraag ingediend voor een vervoersvoorziening in de vorm van een taxivergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch wees dit verzoek af omdat appellante al een leefvervoersvergoeding ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat zij recht heeft op een aanvullende vervoersvoorziening. De Raad oordeelt dat er sprake is van een voorliggende voorziening, omdat de WIA-vergoeding en de door appellante gewenste Wmo-voorziening dezelfde vervoersfunctie in de leefsfeer betreffen. Hierdoor is artikel 2 van Pro de Wmo van toepassing, dat aanspraak op maatschappelijke ondersteuning uitsluit indien reeds een voorziening op grond van een andere wettelijke regeling bestaat.
De Raad wijst ook het beroep op de hardheidsclausule in de gemeentelijke verordening af, omdat deze niet mag leiden tot doorkruising van artikel 2 van Pro de Wmo. De Raad benadrukt dat het aan appellante is om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen het besluit van het Uwv omtrent de hoogte van de leefvervoersvergoeding. De aangevallen uitspraak wordt om deze redenen bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de taxivergoeding op grond van de Wmo wordt bevestigd vanwege de voorliggende WIA-vergoeding.