ECLI:NL:CRVB:2012:BV8994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.N.A. Bootsma
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf augustus 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding dat appellante actief was op erotische websites, stelde het college een onderzoek in waaruit bleek dat zij op geld waardeerbare werkzaamheden had verricht zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand over de periode van augustus 2004 tot april 2007 ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij onvoldoende beloning ontving en dat het college buiten redelijke beleidsgrenzen trad. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellante werkzaamheden verzweeg, waardoor zij de inlichtingenverplichting schond. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand over de periode, mede door het ontbreken van een deugdelijke administratie.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen, en dat het beleid van het college binnen redelijke grenzen bleef. De stelling dat terugvordering bestaansnood veroorzaakt, bood geen grond om van het beleid af te wijken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.