ECLI:NL:CRVB:2012:BV8622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvordering bijstand na intrekking wegens verzwegen feiten
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar trok het recht op bijstand met terugwerkende kracht in vanwege verzwegen autohandel, niet gemelde stortingen op de girorekening en niet gemelde verblijven in het buitenland. Vervolgens werd de bijstand teruggevorderd over de periode van 2002 tot 2006.
De rechtbank had het beroep van betrokkenen tegen de terugvordering gegrond verklaard omdat zij meende dat het college rekening had moeten houden met de transactiejurisprudentie, die beperkingen stelt aan terugvordering na intrekking. Het college stelde echter dat deze jurisprudentie alleen geldt voor intrekkingsbesluiten en niet voor terugvorderingsbesluiten.
De Centrale Raad oordeelde dat het besluit tot terugvordering niet alleen gebaseerd is op de intrekking wegens verzwegen autohandel, maar ook op andere verzwegen feiten. Daarom hoeft het college bij terugvordering geen rekening te houden met de transactiejurisprudentie. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Verder was er geen dringende reden om van terugvordering af te zien, zoals psychische belasting, omdat dit niet voldoende onderbouwd was.
De Raad wees het beroep af en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van betrokkenen tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.