ECLI:NL:CRVB:2012:BV8022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk na medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als allround medewerker en horecamedewerker, ontving een Ziektewetuitkering wegens diverse klachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant beperkt was in zwaar tillen en andere fysieke handelingen, maar per 13 juli 2009 weer geschikt was voor zijn werk als allround medewerker. Het UWV sloot de werkzaamheden als horecamedewerker uit bij de beoordeling.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV, aangevoerd werd dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de werkomschrijving onjuist was. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen had dan door het UWV aangenomen, mede omdat hij ook werkzaamheden als horecamedewerker verrichtte.
De Raad oordeelde dat het UWV de werkzaamheden als horecamedewerker terecht buiten beschouwing liet omdat appellant die werkzaamheden feitelijk niet verrichtte en de prognose voor terugkeer ongunstig was. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en de conclusie dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 13 juli 2009 geschikt was voor zijn eigen werk en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.