ECLI:NL:CRVB:2012:BV7973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijzondere bijstand voor belastingschuld wegens ondeugdelijke grondslag
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor een terugvordering van €744 door de Belastingdienst wegens teveel ontvangen huurtoeslag. Het college wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onterecht oordeelde dat de gemiste huurtoeslag geen bijzondere kosten waren en dat ernstige liquiditeitsproblemen niet waren erkend.
De Raad oordeelde dat het college de afwijzing van de aanvraag baseerde op artikel 13 lid 1 sub f in Pro samenhang met artikel 49 van Pro de WWB, maar dat deze grondslag ontbrak in het bestreden besluit, waardoor het besluit ondeugdelijk was en vernietigd moest worden. Appellante beschikte over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten te voorzien en had geen afgewezen verzoek tot schuldsaneringskrediet ingediend. Ook waren er geen zeer dringende redenen aanwezig die bijzondere bijstand rechtvaardigden.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd wegens ondeugdelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.