ECLI:NL:CRVB:2012:BV7062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Geen bekorting loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Appellant viel in oktober 2005 uit voor zijn werkzaamheden en startte in oktober 2006 een opleiding tot beveiliger. Na een hartinfarct in mei 2007 werd hij door de bedrijfsarts in september 2007 geschikt geacht voor re-integratie. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsplicht vanwege een te late WIA-aanvraag en een incompleet re-integratieverslag.
De werkgever verzocht om bekorting van de loonsanctie omdat de tekortkomingen in de re-integratieverplichtingen zouden zijn hersteld. Het UWV wees dit af omdat de omscholing onvoldoende voortvarend was aangepakt en onvoldoende inspanningen waren verricht om appellant als beveiliger te herplaatsen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van onvoldoende inspanningen in het tweede spoor en dat de vertraging te wijten was aan gezondheidsproblemen en administratieve issues, waardoor het beroep van de werkgever werd toegewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de omscholing onvoldoende voortvarend is aangepakt, ongeacht het spoor van re-integratie. De Raad stelt dat de werkgever onvoldoende spoed betracht heeft en dat er geen deugdelijke grond is voor het verzuim. Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt afgewezen en de loonsanctie blijft van kracht wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.