ECLI:NL:CRVB:2012:BV6617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft een loonsanctie opgelegd door het UWV aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na het beëindigen van een door de werkgever bekostigd re-integratietraject bij CAGA. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen deze sanctie, waarop de rechtbank Haarlem het besluit vernietigde en oordeelde dat de werkgever redelijkerwijs mocht stoppen met de re-integratieactiviteiten op basis van deskundigenrapportages.
In hoger beroep betwistte het UWV deze conclusie en stelde dat de werkgever te vroeg en onterecht had geconcludeerd dat de werkneemster niet re-integreerbaar was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen volledig medisch onderzoek had plaatsgevonden waaruit bleek dat de werkneemster geen benutbare mogelijkheden had en dat de verzekeringsarts juist aangaf dat lichte werkzaamheden zonder urenbeperking mogelijk waren.
De Raad stelde dat de werkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie en dat de gevolgen van foute of inadequate adviezen van ingeschakelde deskundigen voor haar rekening komen. Het staken van het traject zonder kritische en actieve houding was onterecht. De loonsanctie werd daarom in stand gehouden en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.