ECLI:NL:CRVB:2012:BV6610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering en oplegging bestuurlijke boete wegens onjuiste informatieverstrekking
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad inzake de herziening van een WW-uitkering en de oplegging van een bestuurlijke boete aan appellant. Na een eerdere tussenuitspraak heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin is vastgesteld dat appellant vanaf 1 mei 2002 minimaal 55,38 uur per week als zelfstandige in zijn sportschool heeft gewerkt.
Appellant voerde aan dat de onderbouwing van het aantal gewerkte uren onvoldoende was en dat hij in de betreffende periode ziekengeld ontving. De Raad concludeerde echter dat het UWV voldoende bewijs had geleverd, onder meer via rapportages en verklaringen, waaruit blijkt dat appellant vanaf genoemde datum substantieel werkzaam was. Het feit dat appellant zijn werkbriefjes onjuist invulde en geen urenregistratie bijhield, leidde tot een verwijtbare situatie.
De Raad oordeelde dat de herziening van de WW-uitkering terecht was en dat de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering dwingend voorgeschreven is. Tevens werd de opgelegde bestuurlijke boete van € 2.269,- als een evenredige sanctie beschouwd, mede gelet op de ernst van de overtreding en de duur ervan. Het beroep tegen het besluit van 11 oktober 2011 werd ongegrond verklaard, en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WW-uitkering en de opgelegde bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard.