ECLI:NL:CRVB:2012:BV6523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens detentie en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds 15 februari 2003, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van 24 januari 2008 in vanwege detentie van appellant en vorderde de kosten van die periode terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hem geen verwijt kon worden gemaakt van het niet tijdig melden van zijn detentie, omdat hij tijdens detentie beperkingen had om contact te leggen met de buitenwereld en dat hij intern had gemeld dat zijn detentie doorgegeven moest worden.
De Raad oordeelt dat appellant zijn advocaat had kunnen vragen het dagelijks bestuur te informeren en dat hij na beëindiging van de beperkingen zelf alsnog melding had kunnen maken. Het niet tijdig melden vormt een schending van de inlichtingenplicht. Er zijn geen dringende redenen om af te zien van intrekking. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens detentie en schending van de inlichtingenplicht.