ECLI:NL:CRVB:2012:BV6355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB. Het college stelde op basis van een onderzoek van de sociale recherche vast dat appellante en [F.] een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand onterecht verleend.
Het college trok de bijstand over de periode van 1 mei 2004 tot 1 juli 2008 in en vorderde de kosten terug. Ook werd bijstand aan [F.] teruggevorderd, mede van appellante, vanwege het gezamenlijke huishouden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding geldt, gelet op het samenwonen, het hebben van kinderen en eerdere bijstand naar gehuwdennorm. Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden.
De Raad verwierp het verweer dat de invloed van [F.] haar verhinderde tot melding. Ook was er geen dringende reden om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.