ECLI:NL:CRVB:2012:BV6266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verkorte wachttijd WIA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam als journalist/redacteur, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering na een verkorte wachttijd wegens arbeidsongeschiktheid na een CVA. Appellant, het UWV, wees de aanvraag af omdat betrokkene niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat er sprake was van een medisch stabiele situatie.
In hoger beroep stelt appellant dat de beoordeling juist was en dat op het beoordelingsmoment nog niet vaststond dat betrokkene in een stabiele of verslechterende situatie verkeerde. De Raad overweegt dat de verkorte wachttijd slechts kan worden toegekend bij een stabiele of verslechterende medische situatie zonder kans op herstel, conform artikel 23, zesde lid, en artikel 4, tweede lid, van de Wet WIA.
De Raad stelt vast dat appellant een zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor een stabiele situatie op het moment van de aanvraag. Het feit dat betrokkene later een IVA-uitkering kreeg, doet hieraan niet af. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verkorte wachttijd WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.