ECLI:NL:CRVB:2012:BV3890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor terugvordering huursubsidie wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van huursubsidie over de periode van 1 juli 2004 tot 1 juli 2005, waarbij het bedrag werd verlaagd en terugbetaling werd opgelegd. Na afwijzing van bezwaar door de minister van VROM, vroeg appellant bijzondere bijstand aan bij het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven voor de kosten van deze terugvordering. Deze aanvraag werd afgewezen omdat bijzondere bijstand voor aflossing van schulden niet wordt verleend indien betrokkene over voldoende middelen beschikte.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij eigenlijk een beroep deed op de ingetrokken vangnetregeling huursubsidie, maar door onjuiste informatie van de minister niet eerder kon aanvragen. De Raad oordeelde echter dat dit geen rol speelt in het bestuursrechtelijke besluit van het College en dat de aanvraag feitelijk een verzoek om bijzondere bijstand voor aflossing van schulden betreft.
De Raad stelde vast dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schuld over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien en dat er geen zeer dringende redenen waren om bijzondere bijstand toe te kennen. De onbekendheid met regelgeving blijft in beginsel voor rekening van appellant. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de terugvordering van huursubsidie wordt afgewezen wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.