ECLI:NL:CRVB:2012:BV3866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1 maart 2001 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding dat zijn auto was gesignaleerd bij een oud ijzerhandel in Haarlem, voerde de Dienst Werk en Inkomen van Amsterdam een onderzoek uit. Op 3 juli 2008 legde appellant een verklaring af, waarna het college bij besluiten van 18 augustus 2008 en 6 november 2008 de bijstand introk en de kosten terugvorderde wegens het niet melden van inkomsten uit handel in oud ijzer.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat zijn verklaring niet meegewogen mocht worden omdat hij de Nederlandse taal niet machtig was, geen tolk had gekregen en onder druk was gezet om te ondertekenen. De Raad oordeelde dat appellant de verklaring wel degelijk had afgelegd en begrepen, dat deze door handhavingsspecialisten was voorgelezen en per pagina ondertekend, en dat geen bewijs was voor druk of taalproblemen.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep van appellant. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 14 februari 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.