ECLI:NL:CRVB:2012:BV1243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld bij tijdelijke urenuitbreiding binnen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij vanaf 18 mei 2009 geen recht had op ziekengeld vanwege een urenvermindering die niet als beëindiging van de dienstbetrekking werd gezien.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de tijdelijke urenuitbreiding van 19 mei 2008 tot 18 mei 2009 een aanvulling was op de bestaande arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarbij alleen de arbeidsduur was gewijzigd. De urenvermindering per 18 mei 2009 werd niet aangemerkt als beëindiging van de dienstbetrekking.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat er geen sprake was van twee dienstbetrekkingen, maar van één arbeidsovereenkomst met een tijdelijke urenuitbreiding. De arbeidsverhouding werd gecontinueerd na 18 mei 2009 met de oorspronkelijke arbeidsduur, waardoor geen recht op ziekengeld bestond.
De Raad wees tevens het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de urenvermindering geen beëindiging van de dienstbetrekking is en wijst het verzoek om ziekengeld en schadevergoeding af.