ECLI:NL:CRVB:2012:BV0246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering met terugwerkende kracht wegens schending inlichtingenplicht
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet wist dat hij wijzigingen in zijn loon moest doorgeven en dat het UWV op de hoogte was van zijn dienstverband en cao-wijzigingen. Hij voerde aan dat de loonsverhogingen gering waren en dat het UWV geen formulieren had toegezonden, waardoor intrekking met terugwerkende kracht in strijd zou zijn met rechtszekerheid of dat er een dringende reden was om daarvan af te zien.
De Raad stelt zich achter het oordeel van de rechtbank dat het UWV de WAO-uitkering terecht heeft ingetrokken met ingang van 1 januari 2004, omdat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden. De Raad benadrukt dat het niet tijdig melden van loonwijzigingen niet gerechtvaardigd is door eerdere informatie van een arbeidsdeskundige of het ontbreken van formulieren.
Verder overweegt de Raad dat artikel 36a van de WAO intrekking met terugwerkende kracht toestaat en dat het ontbreken van formulieren geen dringende reden vormt om van intrekking af te zien. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wegens schending van de inlichtingenplicht.