ECLI:NL:CRVB:2011:BU8974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering na bezwaar en nieuw besluit
Appellante, die sinds juni 2005 uitviel wegens psychische klachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapportages vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering bestond. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van aanvullende beperkingen vastgesteld door een door de rechtbank ingeschakelde deskundige psychiater.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar waarin dezelfde strekking werd gehandhaafd, mede gebaseerd op aanvullende rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat was tot enige arbeid en dat de beperkingen op sociaal functioneren onvoldoende waren overgenomen. De Raad overwoog dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige in beginsel gevolgd wordt, maar dat uit diens rapportages niet blijkt dat appellant geheel niet kan werken.
De Raad bevestigde dat een urenbeperking van vier uur per dag passend is en dat de beperkingen op sociaal functioneren niet verder hoeven te worden uitgebreid omdat daarvoor geen medische feiten zijn. Tevens oordeelde de Raad dat het UWV terecht nieuwe functies mocht duiden zonder deze vooraf aan appellant voor te leggen. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 9 mei 2011 werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van 9 mei 2011 wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.