ECLI:NL:CRVB:2011:BU8832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezagsverhouding en arbeidsovereenkomst in correctienota’s sociale verzekeringspremies
De vennootschap exploiteert een schoonmaakbedrijf en stelde dat betrokkene in de jaren 2003-2005 werkzaamheden verrichtte op basis van een overeenkomst van opdracht. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, legde correctienota’s op wegens verzekeringsplicht op grond van de Ziektewet, WW en WAO. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat onvoldoende aannemelijk was dat sprake was van een gezagsverhouding.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat betrokkene tot 2003 in dienstbetrekking was en dezelfde werkzaamheden bleef verrichten. Hoewel controle niet altijd op locatie plaatsvond, kon de vennootschap aanwijzingen geven over de uitvoering van het werk. De aard van het werk maakte voortdurende controle niet noodzakelijk.
De Raad concludeert dat er feitelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst met een gezagsverhouding. Hierdoor zijn de correctienota’s terecht opgelegd en verklaart de Raad het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 december 2008 wordt ongegrond verklaard en de correctienota’s blijven in stand.