ECLI:NL:CRVB:2011:BU8656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering loskoppeling inkomen vader bij aanvullende beurs studiefinanciering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs het inkomen van zijn vader mee te rekenen. Hij verzocht om loskoppeling van het inkomen van zijn vader op grond van artikel 3.14 van de Wet studiefinanciering 2000.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak is door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. De Raad oordeelde dat appellant niet kon aantonen dat er al vanaf zijn twaalfde geen wezenlijk contact met zijn vader bestond, wat een vereiste is voor loskoppeling op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit studiefinanciering 2000.
Ook is niet voldaan aan de grond voor loskoppeling wegens een fundamentele en structurele verstoring van de relatie tussen ouder en kind zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a. Er was geen sprake van ernstig fysiek of geestelijk geweld. Het contact was moeizamer geworden na het nieuwe huwelijk van de vader, maar dat is onvoldoende voor loskoppeling.
Een nieuw aangevoerde grond tijdens de zitting, dat loskoppeling ook mogelijk is bij toelating tot een schuldsaneringsregeling, werd als te laat en niet ontvankelijk beoordeeld. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot loskoppeling van het inkomen van de vader bij de aanvullende beurs wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden.