ECLI:NL:CRVB:2011:BU8631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen inhouding bijstandsuitkering en derdenbeslag
Appellante ontvangt sinds april 2009 bijstand en heeft bezwaar gemaakt tegen de inhoudingen op haar uitkering over maart 2010, waaronder een bestuursrechtelijke zorgverzekeringspremie en beslaglegging door de gemeente.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, stellende dat de inhoudingen geen besluit in de zin van de Awb vormen. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de inhouding op de uitkering als een besluit moet worden beschouwd dat vatbaar is voor bezwaar en beroep.
De Raad vernietigt het besluit van het College en verklaart het bezwaar ontvankelijk. Na inhoudelijke beoordeling oordeelt de Raad dat de inhoudingen, inclusief de beslaglegging en de bronheffing, rechtmatig zijn en verklaart het bezwaar ongegrond. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
De Raad benadrukt dat het College de juiste procedure heeft gevolgd door de beslagvrije voet te laten berekenen door de deurwaarder en dat het College niet bevoegd is de juistheid van het beslag te beoordelen. De uitkeringsspecificatie over maart 2010 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de uitkeringsspecificatie over maart 2010 wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond verklaard; het College wordt veroordeeld in de proceskosten.