ECLI:NL:CRVB:2011:BU8393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving vanaf 10 juni 2003 bijstand, maar beschikte gedurende die periode over meerdere motorvoertuigen en een vermogen boven de toegestane vermogensgrens, wat niet was opgegeven. Het College trok de bijstand in en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug.
De rechtbank oordeelde dat de waarde van enkele motorvoertuigen correct was vastgesteld en dat het College het terugvorderingsbedrag moest matigen op basis van de werkelijke waardebepalingen, waarna een nieuw terugvorderingsbedrag werd vastgesteld. Appellant voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder onjuiste waardebepaling van de lijfrentepolis en voertuigen, onzorgvuldig handelen van het College en dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden, onder meer omdat toekomstige belastingverplichtingen geen concrete schuld vormen, nieuwe argumenten niet tijdig waren ingebracht, eerdere uitspraken bindend zijn en financiële gevolgen via beslagvrije voet beschermd zijn. De Raad concludeerde dat geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om van terugvordering af te zien en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van € 11.268,02 wordt bevestigd.