ECLI:NL:CRVB:2011:BU8331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WWB-zaak
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen dat haar aanvraag voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) had afgewezen. De voorzieningenrechter had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de termijn voor het instellen van beroep was overschreden, maar dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden vanwege het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad stelde vast dat de beroepstermijn van zes weken was begonnen op 24 maart 2009 en geëindigd op 4 mei 2009, terwijl het beroepschrift pas op 5 mei 2009 was ontvangen. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden verschoonbaar maken. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat de strikte toepassing van de wettelijke termijnen niet tot een onrechtvaardige uitkomst leidde.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover daarin in de hoofdzaak was beslist, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het College in de proceskosten van appellante. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.