ECLI:NL:CRVB:2011:BU8223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende resterende verdiencapaciteit
Appellant vroeg herhaaldelijk om een Wajong-uitkering, nadat een eerdere aanvraag in 2006 was geweigerd en onherroepelijk was geworden. In 2008 diende appellant een nieuwe aanvraag in met een psychologisch rapport als nieuwe feiten en omstandigheden. Het UWV weigerde opnieuw de uitkering toe te kennen, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens ondeugdelijke motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de weigering omdat appellant ondanks de nieuwe informatie medisch gezien in staat werd geacht eenvoudige routinematige arbeid te verrichten. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had uitgevoerd, waaruit bleek dat appellant ondanks een lichte verstandelijke beperking voldoende verdiencapaciteit heeft.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht het eerdere besluit niet hoefde te herzien, omdat de nieuwe feiten niet tot een andere uitkomst leiden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep van appellant werd verworpen. Er was geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de weigering van een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant voldoende resterende verdiencapaciteit bezit.