ECLI:NL:CRVB:2011:BU5538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen de door de rechtbank Arnhem bevestigde loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV had het tijdvak van loondoorbetaling tijdens ziekte met 52 weken verlengd, omdat de werkgever niet voldoende had gedaan om de werknemer te re-integreren.
De werkgever voerde aan dat de werknemer vanwege sociaal-maatschappelijke problemen en een WGA-uitkering niet geschikt was voor de vrije arbeidsmarkt en dat het daarom niet zinvol was om een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen. De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen aanleiding gaven om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen dat er geen voldoende medische onderbouwing was voor vergaande beperkingen.
De Raad stelde vast dat de werkgever na het advies van de bedrijfsarts om activiteiten richting het tweede spoor te starten niet volstond met het vroegtijdig aanvragen van een WSW-indicatie en dat het advies van ArboDuo om een deskundigenoordeel aan te vragen niet was opgevolgd. Het UWV had daarom terecht de loonsanctie opgelegd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.