ECLI:NL:CRVB:2011:BU1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens inkomen uit storting en overschrijving
Appellant ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande en deed in november 2005 en januari 2006 respectievelijk een contante storting van €900 en een overschrijving van €600 op zijn bankrekening. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen herzag de bijstand en kwalificeerde deze bedragen als inkomen, waarna terugvordering volgde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het om een geldlening van zijn moeder ging, die hij in 2006 en 2007 zou hebben terugbetaald. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs leverde van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.
De Raad oordeelde dat de storting en overschrijving terecht als inkomen zijn aangemerkt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de bijstand wegens inkomen wordt bevestigd.