ECLI:NL:CRVB:2011:BU1905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks ernstige ziekte echtgenote appellant
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij voorafgaand aan de bestreden besluiten niet opnieuw was gehoord en dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering, vanwege de ernstige ziekte van zijn echtgenote en de daarmee gepaard gaande kosten.
De Raad overwoog dat er geen algemene verplichting bestaat tot opnieuw horen bij nieuwe besluiten op bezwaar ter uitvoering van een eerdere uitspraak, zeker niet wanneer de appellant reeds eerder is gehoord over dezelfde feiten en omstandigheden. In dit geval was appellant op 7 maart 2008 al gehoord.
Verder oordeelde de Raad dat de ernstige ziekte van de echtgenote geen dringende reden vormt om af te zien van terugvordering, omdat niet is gebleken dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft voor appellant. Ook de vastgestelde aflossingsverplichting houdt rekening met het inkomen van appellant en de beslagvrije voet.
Het hoger beroep slaagt derhalve niet en de uitspraak van de rechtbank Haarlem wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.