ECLI:NL:CRVB:2011:BT8821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bepaalt recht op persoonsgebonden budget voor vervoersvoorziening
Appellant, met diverse gezondheidsproblemen die zijn mobiliteit beperken, vroeg het College van burgemeester en wethouders van Enschede om een gesloten buitenwagen als vervoersvoorziening. Het College wees dit af wegens het ontbreken van een medische indicatie en het inkomen van appellant en zijn partner dat boven de inkomensgrens lag. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vervoersbehoeften van appellant en geen rekening had gehouden met zijn weigering de scootmobiel te gebruiken vanwege onveiligheid. Ook was appellant niet gewezen op de mogelijkheid van een persoonsgebonden budget (pgb), terwijl de gemeentelijke verordening die mogelijkheid ten onrechte beperkte tot hulp bij het huishouden.
De Raad oordeelde dat het besluit van het College in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (zorgvuldigheidsbeginsel) en vernietigde het besluit. De Raad bepaalde zelf dat appellant vanaf het moment dat hij zijn scootmobiel inlevert recht heeft op een pgb ter hoogte van de tegenwaarde daarvan, waarbij hij vrij is in de besteding, ook voor de aanschaf van een gesloten buitenwagen. Het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant krijgt recht op een persoonsgebonden budget ter waarde van zijn scootmobiel met ruime keuzevrijheid in besteding.