ECLI:NL:CRVB:2011:BT8711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hulp bij het huishouden op grond van Wmo ondanks psychiatrische aandoening
Appellante, bekend met een schizo-affectieve stoornis, verzocht het College van burgemeester en wethouders van Utrecht om hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het College wees het verzoek af, mede op advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), omdat de zus van appellante, met wie zij een leefeenheid vormt, geacht wordt de gebruikelijke zorg te leveren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd overwogen dat het College zorgvuldig had gehandeld en dat de aanvraag redelijk was afgewezen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was vanwege het ontbreken van een huisbezoek en dat de zorg door haar zus mantelzorg betreft die de gebruikelijke zorg overstijgt.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, mede omdat appellante en haar behandelaar hadden verzocht af te zien van een huisbezoek en dat noodzakelijke informatie niet ontbrak. Tevens stelde de Raad vast dat de zus van appellante niet overbelast is en de zorg niet meer omvat dan gebruikelijke zorg binnen een leefeenheid. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om hulp bij het huishouden wordt afgewezen.