ECLI:NL:CRVB:2011:BT7648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende informatie niet gegrond verklaard
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde een onderzoek in en verzocht om diverse bankafschriften en een verklaring van de Postbank. Na het niet tijdig aanleveren van deze gegevens werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellant weliswaar in verzuim was, maar hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt omdat het gevraagde bewijs van opheffing van bankrekeningen pas na de hersteltermijn beschikbaar kwam. Tevens was het College op de hoogte dat appellant een verklaring bij de Postbank had aangevraagd.
De Raad vernietigt daarom het intrekkingsbesluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens wijst de Raad het verzoek om vergoeding van wettelijke rente toe en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.