ECLI:NL:CRVB:2011:BT6377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks fibromyalgieklachten
Appellante, werkzaam als wijkziekenverzorgster, viel in 1998 uit wegens nek- en rugklachten en kreeg vanaf 1999 een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordeling in 2006 werd haar uitkering herzien op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij haar arbeidsongeschiktheid aanzienlijk werd verminderd.
In de bezwaar- en beroepsfase werd een neuroloog ingeschakeld die beperkte fysieke belastbaarheid vaststelde, met name voor nekbewegingen, en stelde dat fibromyalgie niet door een neuroloog beoordeeld kan worden maar door een reumatoloog. De rechtbank en de Raad volgden echter het oordeel van de neuroloog en bezwaarverzekeringsarts, die de fibromyalgieklachten in hun beoordeling hadden betrokken, en zagen geen aanleiding een reumatoloog te raadplegen.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de arbeidsdeskundige voldoende functies had geselecteerd die binnen de belastbaarheid van appellante vielen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken en oordeelde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige gevolgd moet worden, mede omdat appellante geen aanvullende medische informatie had ingebracht.
De Raad concludeerde dat de herziening van de WAO-uitkering terecht was en dat de fibromyalgieklachten geen reden vormden om het oordeel te herzien of een reumatoloog te raadplegen. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en het beroep van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.